Fronteers 2014: maak iets dat altijd, voor iedereen, 'n genot is om te gebruiken

Geschreven door Roel Nieskens op 23-10-2014

Het Fronteers Congres staat bekend om zijn diversiteit: je leert ‘s ochtends hoe een lettertype-designer een font goed leesbaar maakt bij kleine afmetingen, en ‘s middags welke nieuwe features ECMAScript 6 biedt. Het front-end vakgebied beslaat een breed spectrum, en dat zie je op deze twee dagen terug. En hoewel het congres geen officieel thema heeft, lijkt er ieder jaar toch extra aandacht voor een onderwerp dat op dat moment speelt. Dit jaar leek dat usability te zijn.

Usability in zijn breedste vorm, welteverstaan. Net zoals je je website bruikbaar kunt maken voor mensen met een beperking, kun je er ook voor zorgen dat ‘ie bruikbaar blijft bij een slechte verbinding. Of bij géén verbinding. Of op oude hardware, met oude software. Je kunt je site bruikbaar maken voor iedereen die niet de luxe heeft van de optimale situatie waar wij als developers mee verwend zijn. Kort samengevat: maak iets dat altijd, voor iedereen, ‘n genot is om te gebruiken. Heydon Pickering trapte het congres én dit topic af in een presentatie waarbij best practices kritisch onder de loep werden genomen. Een verrassende invalshoek, want welke developer houdt nu niet van een mooie set best practices? Het probleem zat hem volgens Heydon in de schijnveiligheid, of misschien beter schijnkwaliteit, die best practices kunnen opleveren. Staan er spaties in plaats van tabs? Dan wordt je keihard op je vingers getikt, krijgt je status als developer een deuk, en mag je van je build-systeem niet verder totdat je zonde is gefixt. Maar als jij een gebruikt als button — in plaats van een

Een ander voorbeeld van onnodige beperkingen van usability gaf Alex Feyerke. Waarom zouden apps onbruikbaar moeten worden als ze offline zijn? Instagram geeft een paniekerige foutmelding, in plaats van gewoon je foto’s te laten zien die je lokaal hebt. Offline zou geen “fout” moeten zijn. Het is een fact of life: soms heb je gewoon even geen verbinding. Zorg ervoor dat je sites en apps hiermee overweg kunnen, was zijn advies. Hij demonstreerde zijn eigen framework, Hoodie, waarmee je app kan blijven werken zodra de verbinding wegvalt, en synct met je backend zodra je weer online komt.

Over hoe je accessibility in je workflow kunt integreren had Meri Williams een paar mooie inzichten. Accessibility, oftewel een goede UX voor iedereen, is belangrijk voor de mensen die niet gezegend zijn met een lichaam dat toestaat om nauwkeurig te werken met de muis of om kleine letters te lezen. Toch is het voorzien voor deze groep mensen vaak een nagedachte — “dat doen we wel als de rest klaar is.” Maar het zou vanaf het begin in je agile process moeten zijn gebakken. Stel als team waardes op, en check iedere retrospective of je je daar nog aan houdt. Je project toegankelijk maken en ervoor zorgen dat je niemand buitensluit is een “deliberate practice” — het vergt oefening, en moet groeien.

Er werden natuurlijk ook andere topics besproken. De mini-sessies over gamen in de browser waren een leuke afwisseling en lieten zien dat er nog steeds plaats is voor de hobbyist die aan de keukentafel een spel wil maken. We kregen een vermakelijke blik in het wereldje van gamedevelopers, van Thomas Palef die iedere week een nieuwe game maakte tot Dominic Szablewski die zijn eigen HTML5 game engine bouwde.

Animatie kwam aan bod in de talk van Rachel Nabors, die aantoonde dat Flash-achtige animaties (met timelines en geavanceerde animatietechnieken) eigenlijk nog niet zo ver gevorderd waren op het nieuwe web. CSS3 animaties zijn te beperkt, en de Web Animation API is nog lang niet klaar. Sara Soueidan liet in een bevlogen presentatie zien wat er mogelijk is met SMIL, de animatietechniek native aan SVG.

Die laatste was ook een van de weinige presentaties die een beetje hands-on was. Daar hou ik zelf wel van: een beetje theorie en filosofie over het front-end vak is mooi, maar een live demo van een nieuwe techniek werkt eigenlijk nog aanstekelijker. In die categorie vertelde Opera’s Shwetank Dixit met enthousiasme over webRTC en liet enkele demo’s zien. Arnout Kazemier liet zien hoe je je web apps real-time krijgt met websockets of een van de alternatieven (om vervolgens te concluderen dat het allemaal eigenlijk nog niet lekker werkte).

De afsluitende presentatie van Petro Salema leek het onofficiële thema van usability en een goede UX nog eens te onderstrepen. Salema spoorde aan om groot te dromen, en klein te denken. Probeer geen ideale oplossingen voor de grootste problemen te maken, maar maak de tools waarmee mensen zelf een stapje dichterbij die oplossing kunnen komen. Een mooie afsluiter van een leuk, inspirerend congres.

Het mooie van Fronteers is dat de persoon naast me, in de luxe rode stoel in het prachtige Tuschinski, misschien wel heel andere inspiratie opdeed in deze twee dagen. De een is misschien begonnen aan een in-browser game, de ander aan mooiere animaties met native webtechnieken. Of is haar eigen chat aan het bouwen op webRTC, of aan het beepen naar zijn vrienden op het terras. Maar hopelijk zijn we in ieder geval allemaal bezig met iets te maken dat altijd, voor iedereen, ‘n genot is om te gebruiken.

Roel Nieskens

Front-end developer • CSS fetishist • font hacker • designer en volbloed computer nerd